Flex

Hij had de deur op slot moeten doen, dacht Klaas. De man zette dreigend een stap naar voren. 
flex-november-2010-cover_asm

Flex

Kort verhaal geschreven door Jacqueline van Wetten

,,Wat komt u doen?’’ Klaas had de schuifdeur horen opengaan en was meteen op zijn rolwagen onder de auto uitgegleden. Sinds Louis dat akkefietje was overkomen, was hij op zijn hoede. Hij had de deur op slot moeten doen, dacht hij. In de deuropening stond het silhouet van een vierkante vent. Grote, zwarte sneakers, massieve kuiten onder een driekwart trainingsbroek. Een zwaar, stevig lijf met enorme schouders en spierballen die het vel strak trokken zonder dat de man zijn armen aanspande. Door het tegenlicht was het gezicht niet te zien. Klaas bleef stil op zijn schuifplank liggen. Snel opstaan was geen optie, zijn buik zat hem in de weg. Wel schoof hij voorzichtig zijn linkerhand in de richting van de smalle, lange zak op zijn werkbroek waarin een flink formaat ringsleutel verscholen zat.

,,Wat komt u doen?’’, vroeg Klaas nog eens. De man stapte verder de garage in.
,,Ik kom van Dirk, Dirk de Kok heeft me gestuurd.’’
Bij het horen van die naam miste Klaas’ hart een slag. Hij zette zijn voeten schrap tegen de grond en rolde voorzichtig wat naar achter. De man deed een stap naar voren.
,,Wat moet Dirk?’’
,,Jij hebt iets van De Kok’’, zei de man. ,,Hij wil het terug.’’
Klaas vloekte onhoorbaar. Bij Louis was het ook zo gegaan. En die lag nu 500 km verderop onder de grond. Hij rilde bij de herinnering aan wat hij in de keuken van Louis had aangetroffen: de vingers op het snijplankje, de oren in het vriesvak, de tong in de pan op het vuur. Wel netjes gedaan, dat wel; het was er geen smeerboel geweest. Het bloed was netjes in de glazen kan van de blender opgevangen. Klaas zag de glimmende, oude Volvo naast hem. Die zal dus spatvrij blijven, dacht hij.

De man keek met zoekende ogen door de garage. Zijn blik gleed van Klaas, langs de oldtimer, naar de muren met gereedschap. Zwarte contouren lieten zien welke stukken ontbraken.
,,De flex, waar heb je de flex?’’, vroeg hij.
Klaas kreunde zachtjes. Oh god, nee, niet de slijper. Hij rolde voorzichtig nog een eindje van de man af. ,,Weet je zeker dat je de flex moet hebben? Kan je niet beter …’’, schichtig schoten zijn ogen door de garage in de hoop dat zijn blik viel op iets wat minder rommel gaf. Het lasapparaat? Gaf pijnlijke brandwonden en duurde misschien te lang. De klauwhamer? Uitgesloten. Hij hechtte veel waarde aan zijn voorkomen, tot in de dood. Hij was dan misschien wat te dik, maar hij had nog een mooie kop met haar, iets wat hij elke ochtend in de spiegel met genoegen bekeek.

,,Peut, waarom gebruik je geen peut? Is dat niet makkelijker? Geeft ook minder rotzooi, en zo.’’ De man keek hem niet begrijpend aan.
,,Zal ik het anders pakken?’’, zei Klaas. Met moeite rolde hij zich op zijn zij en drukte zich met zijn rechterhand tot op zijn knieën. Zijn linkerhand gleed in zijn zak en omklemde de ringsleutel. De man wachtte. Toen Klaas zich volledig op had gericht, zag hij dat de man twee koppen groter was dan hij. Klaas hand verslapte. De man zette dreigend een stap naar voren.
,,Rustig, rustig maar.’’ Klaas haalde haastig zijn hand uit zijn zak en schuifelde naar de plank met schilderspullen. Hij reikte naar de peut tussen de flessen ammoniak, wasbenzine en thinner. Langzaam schroefde hij de dop open. De kerosine-achtige geur kriebelde in zijn neus. Hij keek de man nog eens aan en zette toen de fles aan zijn mond.
,,Kom op nou met die flex.’’ Met een misprijzende blik op Klaas duwde de man hem ruw opzij en pakte het apparaat vanachter de flessen vandaan. ,,En geef Dirk voortaan eerder zijn spullen terug. Mafketel.’’ Geïrriteerd draaide de man zich om, schoof de garagedeur verder open en liep weg. Klaas slikte.